Karren maar!

Wielrennen met kinderen
Een heel gevaarte

Mijn vrouw en ik hebben twee zoontjes: eentje van 3 jaar een eentje van 8 maanden. Voordat deze twee mormels ter wereld kwamen, gingen we er vaak samen op uit om te wielrennen. Ik heb haar met het fietsvirus besmet; een jaar nadat we samen waren, heeft zij een racefiets gekocht. We hebben heel wat (tour)tochten gefietst samen. Zelfs toen zij in verwachting was van onze oudste zoon, is zij nog vrij lang blijven fietsen. Tot het punt dat haar buik ongeveer over de bovenbuis gevouwen hing, toen was het wel zo’n beetje klaar. Naarmate de uitgerekende datum dichterbij kwam, werd de straal rondom ons huis waarbinnen ik nog fietste, steeds kleiner. Je wil immers niet te laat komen bij de bevalling van je kind omdat je ergens met een hongerklop in de greppel ligt te creperen. Iets wat me meer dan eens is overkomen. Die hongerklop dan, niet het laat komen voor een bevalling. Lang voor die tijd hebben we natuurlijk al zitten denken over hoe dat dan moet: met dat fietsen en een kind erbij. De oplossing werd mede geïnspireerd door een Twitter-bericht van Robert Geesink. Daarop was hij te zien met een sportief karretje achter zijn Bianchi met daarin zijn dochtertje. Bingo! Zo gingen wij dat ook doen. We schaften een Thule Chariot aan en sinds die tijd heb ik al heel wat ritjes gemaakt met aanhang. Vanaf ongeveer 6 maanden mag de wurm erin: dan is zijn nek en rug sterk genoeg om een tijdje in de kar te zitten/liggen. Eerlijkheid gebied me hier te zeggen dat mijn vrouw me erg in de toom moest houden; had het aan mijn gelegen dan lag het mannetje er al na 4 weken in.

Fietsen met kar
Lekker spelen in de kar.

Aanvankelijk reden we korte ritjes: ten eerste omdat te lang achter elkaar in die houding niet goed is voor de kleine en ten tweede was mijn vrouw uiteraard nog niet op het niveau van voor haar zwangerschap. Tevens probeerde ik op voorhand routes uit te stippelen met een minimum aan klinkers en hobbels. Al dat trillen en stuiteren leek ons niet goed voor mini-mans. En zo hebben we heel wat kilometers gemaakt, ook over de grens en in de bergen. De reacties van omstanders is grappig om waar te nemen, je bent nogal een verschijning. Waar een kar achter een gewone fiets niets nieuws meer is, ligt dat bij een racefiets of gravelbike toch anders. Dat is in het begin wel een beetje wennen. Inmiddels zijn ze hier in Ermelo wel gewend aan die kerel met die kar erachter, heb ik het idee. Sommigen zijn vol bewondering, dat zijn meestal zelf fietsers. Deze komen soms naast je fietsen om even te babbelen of steken een duimpje omhoog. Dan zijn er de medelijders. Lang niet altijd is duidelijk met wie ze medelijden hebben trouwens, met mij of mijn zoontje. Ik reed een keer de Cauberg op met zoonlief achter me, toen ik vanaf de stoep hoorde “Ach toch, zie dat menneke in d’n kar. Da’s toch zielig?” Zielig? Voor hem? Moet je eens proberen dat hele gevaarte stukken van 13% en meer over te hijsen! Meneer het mannetje zit daar prinsheerlijk. Aan de andere kant, we hebben ook wel ritjes gemaakt waarin we zijn geduld wel erg op de proef stelden. In het Zwart Woud begon hij wat te jammeren en te huilen in de kar. We gingen heuvelop (dus te langzaam voor hem) en hij zat al eventjes. Wat doe je dan? Liedjes zingen. Ga maar doen: ‘De wielen van de bus’ zingen terwijl je de Hoch Blauen op fietst met stukken van 9%. Ik weet het, ik kies er zelf voor, maar toch. Even goed om te weten trouwens: de kar weegt leeg 9 kilo. Tel daarbij het gewicht van kind op en spullen die je onderweg nodig hebt (luiers, doekjes, eten en drinken, extra kleertjes, speelgoedjes enz.) en bent gewoon op het vlakke al serieus heuvelop aan het trainen. Zeker naarmate je kind ouder en zwaarder wordt.

Kasseien fietsen
Prima wegligging hoor.

Dan heb je de hoofdschudders die denken van “jonge jonge, is dat nou allemaal nodig?”. Meestal automobilisten of overig wegverkeer die geen affiniteit hebben met sportief fietsen. Ik snap het wel hoor. Alles bij elkaar trekt er een gevaarte van een goede 3 meter voorbij. Is trouwens best wel wennen in het begin met sturen en remmen. Het voelt toch allemaal wat logger. Ook ervaar je opeens dat de meeste fietspaden en overige faciliteiten voor tweewielers, niet zijn ingericht op fietsers met kar. Het beste voorbeeld is de vluchtheuvel. Deze hebben meestal de lengte van ongeveer 1,5 keer een gewone fiets. Normaal meer dan genoeg om veilig op te gaan staan. Tenzij je even vergeet dat je een kar achter je hebt… Gelukkig riep mijn vrouw net op tijd dat de kar nog volledig over de weg stond en heb ik snel mijn fiets een kwart slag gedraaid zodat de kar in veiligheid kwam. Is me maar 3x overkomen, dus dat valt best mee. Het vermijden van het hobbelen en bobbelen gaat overigens snel voorbij. De kar is verrassend comfortabel en bovendien komt er vaak gegiechel en gelach uit als we hobbelen en slingeren. “Nog een keer, papa!”. Vorig jaar April waren we nog in de Vogezen en ben ik met kar en al de Petit Ballon op gereden. Omhoog zat hij lekker te kletsen, met een autootje te spelen of ‘kijk daar een koe, papa’ te roepen. Als het niet al te steil omhoog ging, kon ik een aardig gesprek met hem voeren. Naar beneden heeft hij aan een stuk van het plezier zitten lachen en kraaien. Dat had niet alleen te maken met de snelheid van het afdalen, maar vooral met de abominabele staat van het asfalt aan de noordzijde van de berg. De kar stuiterde werkelijk alle kanten op en ik moest alle zeilen bij zetten om met enig fatsoen beneden te komen. Onderaan zei hij ‘papa, je moet weer omhoog!’. Papa vond het wel even gezegend.

En nu rijst de vraag: hoe gaan we het oplossen met twee kindjes? Er zijn een aantal opties.
Een tweepersoons karretje. Voordeel: we hebben maar één karretje nodig. Nadeel: stukje breder en serieus zwaar fietsen op een gegeven moment. Voordeel daarvan is dat ik nóg extra argument heb om meer te gaan fietsen; ik moet immers beter getraind raken om met het gezin op pad te kunnen.
Een andere mogelijkheid is twee éénpersoons karretjes. Voordeel: Eerlijke verdeling van het gewicht. Nadeel: er komt dan wel een hele stoet voorbij. Naast elkaar fietsen is dan geen optie meer.
Dan zat ik ook nog te denken aan een meetrapfietsje achter een van de racefietsen voor de oudste en de kar voor de jongste. Voordeel: oudste krijgt nu al fietsbenen 😀 en is niet alleen maar remmend gewicht. Nadeel: wat langere afstanden gaan niet en ik vermoed wat minder controle door eigen wil oudste. Ik heb bij alle voor- en nadelen even het mogelijke gekibbel, jaloezie en gedoe tussen beide mormeltjes buiten beschouwing gelaten, al realiseer ik me erg goed dat dat tot de mogelijkheden behoort.

Nou, suggesties?

Klimmen
Klimmen in de Languedoc.

4 antwoorden op “Karren maar!”

    1. Ha Luuk,

      Uiteindelijk hebben we een 2-persoon karretje gekocht. Daar hebben ze samen zo’n 1,5 jaar in gereden en toen werd het wat krap voor de oudste. Nog wel met ze in de Vogezen gefietst. Was aanpoten, maar het ging wel. Op een later moment ging de oudste met een aanhaak-fiets achter me aan en de jongste kon (achter mijn vrouw aan) in de 1-persoons kar blijven. Inmiddels de 2-persoons kar al verkocht en die voor 1 persoon gaat binnenkort ook weg. Einde van een tijdperk, maar het was super leuk. 🙂

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *